SALEMKERK IN LISSE – 2010

SALEMKERK IN LISSE – 2010

In de Salemkerk, het kerkgebouw van de Gereformeerde Gemeente te Lisse, staat een pijporgel dat is gebouwd in 1968 door Slooff Orgelbouw uit Ouderkerk aan den IJssel. Bij de bouw werd gebruik gemaakt van grote delen van het oude orgel uit 1922 dat was gebouwd door de Amsterdamse orgelbouwer Verweijs. Het huidige  instrument heeft 27 sprekende registers verdeeld over 3 manualen en het pedaal. De tractuur van het pijporgel is electro-pneumatisch.

Het hoofdwerk heeft 10 stemmen. De Prestant van het hoofdwerk staat grotendeels in het front opgesteld.

Het zwelwerk, met 8 stemmen staat, helemaal achteraan in de orgelkamer opgesteld en de zwelkast hiervoor kan mechanisch worden bediend via een zweltrede. Voor gebruik van de superkoppels is het zwelwerk, naar boven toe, voor elk register uitgebreid met 12 extra pijpen.

Het rugwerk, met 6 stemmen, staat los van de rest van het orgel helemaal vooraan aan de balustrade zodat de organist hierachter verscholen zit. Elk manuaal heeft een eigen tremulant.

De windlades van het pedaal staan links en rechts aan de zijkanten in de orgelkast opgesteld. De grootste pijpen van de Octaafbas staan in de velden links en rechts in het front.

Reden voor de restauratie

Door slijtage in de loop der jaren, uitdroging van de mechanieken en achterstallig onderhoud dreigde het totale functioneren van het orgel een probleem te worden. De membranen, uit 1968, waren na meer dan 40 jaar dienst natuurlijk hard aan vervanging toe. De registers in het pedaal spraken matig en ook het mechaniek van het pedaal was problematisch. Ook bleek de windtoevoer naar het pedaal aan de te krappe kant.

In het Hoofdwerk en vooral ook het Rugwerk trad in verschillende delen van enkele registers doorspraak op. Bij grote verschillen in vochtigheid waren sommige registers dan ook nauwelijks bruikbaar. Qua intonatie en de mogelijkheden van het instrument waren ook verschillende wensen van de organisten en vanuit de kerk.

De draagkracht van het pedaal liet behoorlijk te wensen over. Het Prestantenkoor van het Hoofdwerk was qua toonvorming aan de discant niet erg fraai. De Mixtuur van het Hoofdwerk was niet erg passend in het geheel. Verder waren er  onregelmatigheden qua intonatie in verschillende stemmen van het orgel.

Restauratie en vernieuwing

Bij de grote renovatie van het pijporgel , uitgevoerd in 2010 door onze firma, is de techniek van de speeltafel compleet vervangen. De bestaande manualen en het pedaalklavier zijn behouden. De registerschakelaars zijn allemaal vernieuwd. De bediening van de registers, koppels, toetsen en de speelhulpen is nu geheel met digitale techniek uitgevoerd. Deze techniek heeft zich als bijzonder betrouwbaar bewezen.

De ruim 1600 membranen van het pijporgel zijn allen vernieuwd. De scheuren in de lades van het hoofdwerk en rugwerk, die de lastige doorspraak veroorzaakten, zijn gerepareerd. De Mixtuur van het hoofdwerk is qua samenstelling aangepast aan de rest van het instrument en ook geheel opnieuw geïntoneerd.

De mechanieken van de Bazuin en de Subbas in het pedaal zijn zodanig gemodificeerd dat de windtoevoer nu ruimer is en dus alle pijpen goed kunnen spreken en hierdoor veel meer draagkracht leveren. Een extra geplaatst windkanaal zorgt nu voor een evenwichtige windtoevoer voor het pedaal.

Tevens zijn enkele aanvullingen in de dispositie gedaan. De nieuwe Holquint 10 2/3′ geeft het pedaal nu net wat meer extra zeggingskracht. Ook de nieuwe “akoestische” Subbas 32′ en de Quint 5 1/3′ geven goede extra registratiemogelijkheden in het pedaal.

De pijpen voor de discant van de het Prestantenkoor van het Hoofdwerk moesten worden vervangen. Alle mechanieken van de registers en relais zijn opnieuw afgeregeld zodat alles weer optimaal werkt.

De nieuw geplaatste schakeling, met digitale techniek, vervangt de versleten oude techniek. Groot voordeel is dat nu nog maar één schakelaar wordt gebruikt per toets en in het pedaal wordt een geheel stofdicht contact toegepast. De bedrijfszekerheid en duurzaamheid van de bedieningstechniek is hierdoor nu optimaal geworden. Ook de extra sub- en superkoppels vergroten duidelijk de bruikbaarheid van het gehele instrument. De MIDI-aansluiting is natuurlijk ook een erg interessante aanvulling.

“De begeleiding van de samenzang is de belangrijkste taak van dit orgel. Na deze restauratie en uitbreiding is het orgel weer optimaal hiervoor toegerust.”

De dispositie na 2010

PEDAAL MAN. I  (Rugwerk) MAN. II  (Hoofdwerk) MAN. III   (Zwelwerk)
 1-Subbas   32’’  14-Holpijp  8’’ 22-Quintadeen  16’’ 39-Viola di Gamba  8’’
 2-Subbas   16’’  15-Prestant  4’’ 23-Prestant  8’’ 40-Vox Celeste  8’’
 3-Holquint ‘ 10 2/3′ 16-Gedekt Fluit’’ 4 24-Roerfluit 8’’ 41-Gedekt  8’’
 4-Octaafbas  8’’  17-Nachthoorn ’ 2′ 25-Octaaf 4’’ 42-Octaaf  4’’
 5-Fluitbas   8’’   18-Sesquialter I-II 26-Vlakfluit  4’’ 43-Roerfluit  4’’
 6-Quint  5 1/3′ ‘  19-Kromhoorn 8′’ 27-Quint  2 2/3’’ 44-Quintfluit  2 2/3′
 7-Koraalbas 4′ 20-Man. I + III 28-Octaaf  2’’ 45-Gemshoorn  2’’
 8-Bazuin  16’’ 21-Tremulant 29-Cornet III 46-Hobo  8’’
 9-Trombone 8’’   30-Mixtuur III-V 47-Man. III sub
10-Trompet’ 4′   31-Trompet  8′’ 48-Man. III  super
11-Ped. + I   32-Man. II  sub 49-Man. III + II  super
12-Ped. + II   33-Man. II + I 50-Tremulant
13-Ped. + III   34-Man. II + I sub  
    35-Man. II + III  
    36-Man. II + III  sub  
    37-Man. II + III  super  
    38-Tremulant  

Klavieren  3 x 56 toetsen (C t/m g ”’)
Het Hoofdwerk is naar boven uitgebouwd met 12 extra tonen voor de superkoppels
Pedaal  30 toetsen  ( C t/m f ‘ )
Tractuur is electro-pneumatisch
Overbrenging speeltafel naar orgel is digitaal
Zweltrede voor Manuaal III
Vaste geheugens PP, P,MF, F, FF, T
AP   –   Automatisch Pedaal
*       Bij bespelen Rugwerk of Zwelwerk werken in het
pedaal alleen registers 2, 5 en 13
*       Bij het bespelen van het Hoofdwerk kunnen alle
pedaalregisters normaal worden gebruikt
TA   –   Tongwerken Af
voor registers  8, 9, 10, 19, 31 en 46

Extra: MIDI-IN en MIDI-OUT