Het pijporgel in de Willibrorduskerk in Hengelo ( Gld.)

Het pijporgel in de Willibrorduskerk in Hengelo (Gelderland) is gebouwd in 1949 door de Fa. Bernard Pels en Zoon uit Alkmaar en draagt opusnummer 234.
Het instrument is achterin de kerk, op het koor, opgesteld.

In 1987 is het orgel door ons grondig aangepakt. Alle membranen van de lades werden vervangen. De magneten in het orgel werden gereviseerd en opnieuw afgesteld. De windvoorziening werd hersteld en balgen geplakt. Een nieuwe speeltafel werd geplaatst om de ernstig in verval geraakte oude te vervangen. Op het zwelwerk werd als extra register een Terts 1 3/5' geplaatst. Op het zwelwerk werd ook een extra subkoppel bijgeplaatst. Het hoofdwerk werd uitgebreid met een superkoppel. Vanaf 1987 heeft het orgel nu 14 sprekende registers. 

De dispositie na 1987 :

 PEDAAL

 HOOFDWERK       M I

 ZWELWERK       M II

Subbas

16'

Prestant

8'

Fluit Prestant

8'

Fluitbas

8’'

Salicionaal

8'

Viola0di0Gamba        

8’'

Ped. +  I

 

Holpijp

8'

Gedekt

8'

Ped. +  II

 

Octaaf

4'

Fluit

4'

   

Mixtuur

III-IV    

Nasard

2/3'

   

Man. I

super

Flageolet

2'

   

Man. I + II

 

Terts

3/5'

   

Man. I + II

sub

Man. II

sub

       

Tremulant

 

Klavieren  2 x 56 toetsen ( C t/m g ''' )
Pedaal  30 toetsen  ( C t/m f ' )
Tractuur is electro-pneumatisch
Knoppen, Vaste Combinaties  HR,  P, MF, F, FF,  T
Zweltrede voor het Zwelwerk ( M II )